CORRECTIEFASE 2 OP KOMST

Op 1 januari 2017 voerde minister Jo Vandeurzen de persoonsvolgende financiering (PVF) in. Toch even een korte herhaling van de betekenis daarvan...

De PVF betekende dat het VAPH vanaf dan niet meer de voorzieningen subsidieerde, maar wel aan individuele gebruikers een eigen, persoonsvolgend budget (PVB) toekende. Met dat PVB kon de gebruiker kiezen of hij de ondersteuning in de voorziening verder zette (veruit de meeste gebruikers kozen daarvoor), of hij zijn PVB op een andere manier zou inzetten. Daarvoor had de PVB houder de keuze tussen het inzetten van een voucher (bij een vergunde zorgaanbieder), cash (daarvoor kan de gebruiker kiezen uit een hele reeks aanvaarde overeenkomsten, bv met een persoonlijk assistent) of een combinatie van voucher en cash. Met het invoeren van het PVB werd het ook mogelijk om het Vrij Besteedbaar deel op te nemen. Wie in het nieuwe systeem stapte met een PVB 'uit transitie' (= omgerekend vanuit de subsidie van de instelling), kreeg de belofte van zorggarantie: wie zijn PVB voor 100% ongewijzigd blijft inzetten in dezelfde zorgaanbieder, heeft recht op ongewijzigede ondersteuning ( = evenveel dagen, nachten, uren,..) als in 2016. 

De PVBs uit transitie waren dus niet berekend op maat van individuele zorgnoden en zorgzwaarte, maar hingen af van de subsidie in 2016 van de voorziening. Niet elke voorziening ontving voor 2017 evenveel subsidies voor dezelfde opdrachten: historisch gegroeide verschillen maakten dat sommige voorzieningen die bv in de crisisjaren 80 van start zijn gegaan, tot 20% minder subsidies ontvingen voor hetzelfde werk als 'oudere' voorzieningen. Het gevolg is dus dat cliënten uit de 'jongere' voorziening met dezelfde zorgzwaarte en dezelfde frequentie, een lager PVB hebben. De onderlinge verschillen zijn soms erg groot, tot wel 25%. Zolang de gebruiker bij dezelfde voorziening blijft, is er niet echt een probleem vanwege de zorggarantie.

Op het moment dat gebruikers hun ondersteuning willen veranderen, hebben ze echter wel een probleem: een lager PVB betekent dat je minder assistentie kan inkopen, dat je bij een andere voorziening niet dezelfde ondersteuning kan krijgen enzovoort. 
Om die individuele verschillen weg te werken, zijn afspraken gemaakt in de loop van 2017: een eerste correctiefase in juli 2018 verwerkte vooral verschillen die op het einde van 2016 waren opgetreden in frequentie van gebruik van de voorziening: meestal ging dat enkel over relatief kleine aanpassingen van het PVB.  De verschillen in PVB op basis van verschillen in subsidiëring tussen voorzieningen werden nog niet aangepakt. 

Dat wordt nu gedeeltelijk aangepakt met de tweede correctieronde, die loopt van 2019 tot en met 2027. Dan worden stapsgewijs alle persoonsvolgende budgetten die ter beschikking werden gesteld in de transitie, herzien. Voor grote veranderingen in budgethoogte, wordt gewerkt met geleidelijke aanpassingen over meerdere jaren om de schok te verzachten.
De budgetten van wie eerder gebruik maakte van het persoonlijke-assistentiebudget of van het persoonsgebonden budget worden uiteindelijk niet herzien in deze correctiefase, hoewel dat oorspronkelijk was aangekondigd.

De bedoeling van Correctiefase 2 is dat vanaf 2027 elke budgethouder beschikt over een budget dat beter overeenstemt met zijn ondersteuningsnood en zorgzwaarte. De hele operatie is een zwaar onderhandeld compromis, dat een evenwicht zoekt tussen individuele belangen en die van de zorgaanbieders en het totale budget van het VAPH. Voor een aantal gebruikers en voorzieningen kunnen de gevolgen zwaar gaan doorwegen: wie meer dan 20% meer of minder middelen heeft, kan niet steeds dezelfde ondersteuning organiseren.  Sommigen gaan een gevoelig hoger PVB ontvangen, sommigen verliezen een flink deel of vallen zelfs helemaal uit het systeem van PVB en moeten dan beroep gaan doen op RTH... Wie sinds 2017 zijn PVB anders is gaan inzetten, kan zware gevolgen ondervinden. Ook op het niveau van de voorziening kan het inkrimpen van het totale budget met meer dan 20% ernstige gevolgen hebben. Wie de budgetten ziet toenemen, krijgt nieuwe mogelijkheden.

Deze correctiefase 2 geeft de individuele gebruikers nog steeds geen budget gebaseerd op een objectieve zorgzwaarte en zorgnood. Immers, het 'meetinstrument' voor zorgzwaarte blijven de schattingen die de voorzieningen moesten maken in 2016 van de B- en P-waarden (begeleidingsnood, permanentiewaarde). Die zijn voor een deel afhankelijk van de context waarin de voorziening werkt, op welke vergelijkingsbasis de schattingen zijn gemaakt. Zo blijven er onderlinge verschillen bestaan. Daarnaast worden de budgetten nog steeds aangepast op basis van het zorggebruik in 2016.

De hele operatie lijkt een stap in de goede richting, maar blijft toch tekort schieten, niet in het minst door de vereiste van budgetneutraliteit. Daarmee blijft het een vorm van verdelen van de schaarste en niet het toekennen van het zorgbudget op maat waar iedereen eigenlijk recht op heeft. 

Concreet mogen alle PVB houders uit transitie een brief vanwege het VAPH verwachten in de loop van september 2019. Hoewel verschillende betrokkenen al gehamerd hebben op de nood om een verstaanbare communicatie te voeren met budgethouders, zijn we er niet helemaal gerust in dat deze brief glashelder zal zijn voor iedereen die hem ontvangt...
We raden iedereen die vragen heeft bij de brief over Correctiefase 2 dan ook aan om contact op te nemen met ZOOM. Ook daarvoor kan je het Gratis Bijstand-budget van 300€ gebruiken! 

Goed geïnformeerde gebruikers nemen nu eenmaal betere beslissingen. 

Volgend bericht

Vorig bericht

Recente berichten

CORRECTIEFASE 2 UITGESTELD DOOR AANSLEPENDE ONDERHANDELINGEN NIEUW VLAAMS REGEERAKKORD

Oorspronkele timing VAPH om brieven aan budgethouders in voorzieningen te sturen was 26 september!

CORRECTIEFASE 2 OP KOMST

In september krijgt iedereen met een PVB 'uit transitie' een brief over de aanpassing van zijn budgethoogte

AGENDA voor OKTOBER en verder

Autisme Centraal, Kunstacademie Eeklo en Buurthuis De Post Jabbeke